Ik heb nooit kudden gehoed
Ik heb nooit kudden gehoed,
Maar het is alsof ik ze hoedde.
mijn ziel is als een herder,
Kent de winden en de zon
En wandelt aan de hand van de seizoenen
Al lopende en kijkende.
De hele rust van de natuur zonder mensen
komt naast mij zitten.
maar ik word triest als een zonsondergang
Voor onze verbeelding,
Wanneer het koud wordt ver weg op de vlakte
En men voelt dat de nacht is binnengekomen
Als een vlinder door het raam.
Maar mijn droefenis is rust
Omdat zij juist is, en natuurlijk,
En dat wat in de ziel moet zijn
Wanneer die reeds denkt te bestaan
En niet merkt dat de handen bloemen plukken.
Als een geluid van koebellen
Voorbij de bocht van de weg,
Zoals mijn gedachten tevreden.
Het spijt me alleen te weten dat ze tevreden zijn,
Want ik wist het niet, dan zouden ze,
In plaats van tevereden en droevig,
Vrolijk en tevreden zijn.
Denken is lastig als in de regen lopen
Wanneer de wind toeneemt en het harder lijkt te regenen.
Ik heb geen ambities noch verlangens.
Dichter zijn is geen ambitie van mij.
Het is mijn manier van alleen zijn.
En als ik soms, in mijn verbeelding,
Verlang een lammetje te zijn
(Of de hele kudde
Om mij over de hele helling te verspreiden
En veel gelukkigs tegelijk te zijn),
Dan is dat slechts omdat ik voel wat ik scrijf bij zonsondergang,
Of wanneer een wolk de hand over het licht strijkt
En een stlte door het gras waart.
Wanneer ik ga zitten om verzen te schrijven
Of, wandelend lags wegen en paden,
Verzen schrijf op een papier in mijn gedachte,
Voel ik een staf in mijn handen
En zie ik een silhouet van mijzelf
Op de top van een heuvel,
Kijkend naar mijn kudde en mijn gedachten ziende
Of kijkend naar mijn gedachten en mijn kudde ziende,
En vaag glimlachend als wie niet begrijpt wat men zegt
En wil doen of hij begrijpt.
Ik groet hen allen die mij mogen lezen,
Ik neem oor hen mijn breedgerande hoed af
Zodra de diligence verschijnt boven de heuveltop
En ze voor mijn deur zien zitten.
Ik groet hen en wens hun zon,
En regen, wanneer ze regen nodig hebben,
En dat in hun huis
Voor een open raam
Een lievelingsstoel staat
Waarin ze kunnen zitten en mijn verzen lezen.
En dat ze, bij het lezen van mijn verzen,
Mogen denken dat ik iets natuurlijks ben -
Bijvoorbeeld, die oude boom
In de schaduw waarvan ze, als kind,
Zich met een plof lieten vallen, moe van het spel,
En het zweet van hun verhitte voorhoofd veegden
Met de mouw van hun gestreepte boezelaar.
Alberto Caeiro, in "O Guardador de Rebanhos - Poema I"
Fernando Pessoa via zijn heteroniem Alberto Caeiro
Vertaling August Willemsen
Alberto Caeiro was eerste grote heteronym van Pessoa; samengevat door Pessoa, die schrijft: „Hij ziet dingen slechts met de ogen, niet met de mening.
Eu nunca guardei rebanhos
Eu nunca guardei rebanhos,
Mas é como se os guardasse.
Minha alma é como um pastor,
Conhece o vento e o sol
E anda pela mão das Estações
A seguir e a olhar.
Toda a paz da Natureza sem gente
Vem sentar-se a meu lado.
Mas eu fico triste como um pôr de sol
Para a nossa imaginação,
Quando esfria no fundo da planície
E se sente a noite entrada
Como uma borboleta pela janela.
Mas a minha tristeza é sossego
Porque é natural e justa
E é o que deve estar na alma
Quando já pensa que existe
E as mãos colhem flores sem ela dar por isso.
Como um ruído de chocalhos
Para além da curva da estrada,
Os meus pensamentos são contentes.
Só tenho pena de saber que eles são contentes,
Porque, se o não soubesse,
Em vez de serem contentes e tristes,
Seriam alegres e contentes.
Pensar incomoda como andar à chuva
Quando o vento cresce e parece que chove mais.
Não tenho ambições nem desejos
Ser poeta não é uma ambição minha
É a minha maneira de estar sozinho.
E se desejo às vezes
Por imaginar, ser cordeirinho
(Ou ser o rebanho todo
Para andar espalhado por toda a encosta
A ser muita cousa feliz ao mesmo tempo),
É só porque sinto o que escrevo ao pôr do sol,
Ou quando uma nuvem passa a mão por cima da luz
E corre um silêncio pela erva fora.
Quando me sento a escrever versos
Ou, passeando pelos caminhos ou pelos atalhos,
Escrevo versos num papel que está no meu pensamento,
Sinto um cajado nas mãos
E vejo um recorte de mim
No cimo dum outeiro,
Olhando para o meu rebanho e vendo as minhas idéias,
Ou olhando para as minhas idéias e vendo o meu rebanho,
E sorrindo vagamente como quem não compreende o que se diz
E quer fingir que compreende.
Saúdo todos os que me lerem,
Tirando-lhes o chapéu largo
Quando me vêem à minha porta
Mal a diligência levanta no cimo do outeiro.
Saúdo-os e desejo-lhes sol,
E chuva, quando a chuva é precisa,
E que as suas casas tenham
Ao pé duma janela aberta
Uma cadeira predileta
Onde se sentem, lendo os meus versos.
E ao lerem os meus versos pensem
Que sou qualquer cousa natural —
Por exemplo, a árvore antiga
À sombra da qual quando crianças
Se sentavam com um baque, cansados de brincar,
E limpavam o suor da testa quente
Com a manga do bibe riscado.
Alberto Caeiro, in "O Guardador de Rebanhos - Poema I"
Nederlands is een taal die ik nog steeds niet perfect beheers. Toch wil ik mijn favoriete Portugese dichters met jullie delen...
sábado, 12 de fevereiro de 2011
sábado, 5 de fevereiro de 2011
Fernando Pessoa - Autopsychografie
De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.
En zij die lezen wat hij schreef,
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar een die de hunne niet kan zijn.
En zo rijdt op zijn rails in 't rond,
Tot vermaak van onze rede,
Die opwindtrein, in dichtermond
Ook wel 'het hart' geheten.
Fernando Pessoa
vertaling: August Willemsen
Autopsicografia
O poeta é um fingador.
Finge tão completamente
Que chega a fingir que é dor
A dor que deveras sente.
E os que lêem o que escreve,
Na dor lida sentem bem,
Não as duas que ele teve,
Mas só a que eles não tem
E assim nas calhas de roda
Gira, a entreter a razão,
Esse comboio de corda
Que se chama o coração
Fernando Pessoa
Hij veinst zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.
En zij die lezen wat hij schreef,
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar een die de hunne niet kan zijn.
En zo rijdt op zijn rails in 't rond,
Tot vermaak van onze rede,
Die opwindtrein, in dichtermond
Ook wel 'het hart' geheten.
Fernando Pessoa
vertaling: August Willemsen
Autopsicografia
O poeta é um fingador.
Finge tão completamente
Que chega a fingir que é dor
A dor que deveras sente.
E os que lêem o que escreve,
Na dor lida sentem bem,
Não as duas que ele teve,
Mas só a que eles não tem
E assim nas calhas de roda
Gira, a entreter a razão,
Esse comboio de corda
Que se chama o coração
Fernando Pessoa
sábado, 29 de janeiro de 2011
Eugénio de Andrade - Dringend
Dringend
De liefde dringt.
Een boot op zee dringt.
Het is dringend om bepaalde woorden uit te roeien,
haat, eenzaamheid en wreedheid,
enkele klachten,
vele zwaarden.
Het is dringend om blijdschap uit te vinden,
de kussen te vermenigvuldigen en graanoogst,
het is dringend rozen te ontdekken en rivieren
en klare ochtend.
Het vált, de stilte op de schouders en het onzuivere
licht, tot het pijn doet.
De liefde dringt, het is dringend
om voort te bestaan.
Eugénio de Andrade
Vertaald door Toon Cappuyns en Germain Droogenbroodt
Eugénio de Andrade werd geboren op 19 januari 1923 in Póvoa da Atalaia en stierf op 13 juni 2005 in Oporto, waar zich ook de Stichting Eugénio de Andrade bevindt. Alhoewel het aldaar heden ten dage niet aan excellente dichters ontbreekt, is hij na Fernando Pessoa wellicht de belangrijkste moderne Portugese dichter. Vanaf 1945 publiceerde hij een dertigtal poëziebundels. Zijn werk, dat in meerdere talen werd vertaald, werd ook meermaals bekroond, ondermeer met de Luis de Camoesprijs, de belangrijkste literaire prijs van zijn land.
Het poëtisch oeuvre van de Andrade behoort tot de generatie van ná het modernisme dat in Portugal een grote bloei kende, het is werk is een van de meest persoonlijke en kritische stemmen van de tweede helft van de twintigste eeuw. Ondermeer met Mario Cesariny, Antonio Ramos Rosa en Sophia de Mello Breyner Andresen biedt die generatie een ethische, mooi gecomponeerde poëzie die zich ook voor het alledaagse interesseert. Met de jaren is zijn poëzie bondiger geworden, ook exacter, meer elegisch en serener, maar hij is steeds een aantal onderwerpen trouw gebleven: de natuur en haar relatie met de mens, de kinderjaren, de moeder, de muziek, het verlangen, de kleine genoegens van het leven en uiteraard de poëzie zelf. Natuurlijkheid, gestrengheid en verfijning vormen de polsslag van zijn poëzie. Een heldere, natuurlijke stem, niet alleen door de aanwezige natuurelementen maar ook door de natuurlijke ritmische cadans van zijn verzen die nooit geforceerd aandoet.
In een tijd van schreeuwerige leegheid en banaliteit is deze poëzie een waardige en wijze bijdrage, de lucide les van een groot dichter: een zacht gefluister in het oor, dat met de kern, het wezen van de dingen verbonden is.
Urgentemente
É urgente o Amor,
É urgente um barco no mar.
É urgente destruir certas palavras
ódio, solidão e crueldade,
alguns lamentos,
muitas espadas.
É urgente inventar alegria,
multiplicar os beijos, as searas,
é urgente descobrir rosas e rios
e manhãs claras.
Cai o silêncio nos ombros,
e a luz impura até doer.
É urgente o amor,
É urgente permanecer.
Eugénio de Andrade
sábado, 22 de janeiro de 2011
Álvaro de Campos - Het regent hard, het regent buitensporig hard…
Het regent hard, het regent buitensporig hard…
Het regent hard, het regent buitensporig hard…
Het regent en van tijd tot tijd staat er een koud wind…
Ik ben triest, alsof ik deze dag was.
Op een dag in mijn toekomst waarop het ook zo regent
En ik, aan ’t raam, opeens zal denken aan de dag van nu,
Zal ik dan zeggen ‘ach, in die tijd was ik veel gelukkiger’
Of zal ik denken ‘ach, wat een trieste tijd was dat!’
O mijn God, wat zal ik van deze dag op die dag denken
En wat zal ik mijn, en hoe; en wat zal mijn verleden zijn dat nu alleen maar heden is?...
De lucht is onbehaaglijker, nog kouder, triester
En het heerst een grote lonen twijfel in mijn hart…
20-11-1914
Fernando Pessoa via zijn heteroniem Álvaro da Campos
Vertaling August Willemsen
Chove muito, chove excessivamente...
Chove muito, chove excessivamente...
Chove e de vez em quando faz um vento frio...
Estou triste, muito triste, corno se o dia fosse eu.
Num dia no meu futuro em que chova assim também
E eu, à janela de repente me lembre do dia de hoje,
Pensarei eu «ah nesse tempo eu era mais feliz»
Ou pensarei «ah, que tempo triste foi aquele»!
Ah, meu Deus, eu que pensarei deste dia nesse dia
E o que serei, de que forma; o que me será o passado que é hoje só presente?...
O ar está mais desagasalhado, mais frio, mais triste
E há uma grande dúvida de chumbo no meu coração...
20-11-1914
Álvaro de Campos - Livro de Versos. Fernando Pessoa. (Edição crítica. Introdução, transcrição, organização e notas de Teresa Rita Lopes.) Lisboa: Estampa, 1993.
- 12.
Het regent hard, het regent buitensporig hard…
Het regent en van tijd tot tijd staat er een koud wind…
Ik ben triest, alsof ik deze dag was.
Op een dag in mijn toekomst waarop het ook zo regent
En ik, aan ’t raam, opeens zal denken aan de dag van nu,
Zal ik dan zeggen ‘ach, in die tijd was ik veel gelukkiger’
Of zal ik denken ‘ach, wat een trieste tijd was dat!’
O mijn God, wat zal ik van deze dag op die dag denken
En wat zal ik mijn, en hoe; en wat zal mijn verleden zijn dat nu alleen maar heden is?...
De lucht is onbehaaglijker, nog kouder, triester
En het heerst een grote lonen twijfel in mijn hart…
20-11-1914
Fernando Pessoa via zijn heteroniem Álvaro da Campos
Vertaling August Willemsen
Chove muito, chove excessivamente...
Chove muito, chove excessivamente...
Chove e de vez em quando faz um vento frio...
Estou triste, muito triste, corno se o dia fosse eu.
Num dia no meu futuro em que chova assim também
E eu, à janela de repente me lembre do dia de hoje,
Pensarei eu «ah nesse tempo eu era mais feliz»
Ou pensarei «ah, que tempo triste foi aquele»!
Ah, meu Deus, eu que pensarei deste dia nesse dia
E o que serei, de que forma; o que me será o passado que é hoje só presente?...
O ar está mais desagasalhado, mais frio, mais triste
E há uma grande dúvida de chumbo no meu coração...
20-11-1914
Álvaro de Campos - Livro de Versos. Fernando Pessoa. (Edição crítica. Introdução, transcrição, organização e notas de Teresa Rita Lopes.) Lisboa: Estampa, 1993.
- 12.
sábado, 15 de janeiro de 2011
Álvaro de Campos - De emigrés
De emigrés
Eenzaam in grote onvriendelijke steden,
Zonder de taal te spreken die men spreekt of die men denkt,
Verminkt in hun verhouding tor de anderen,
Zij die later in hun land prat zullen gaan op hun triomfen in den vreemde.
Arme drommels zij die Londen en Parijs veroveren!
Ze keren terug naar huis zonder zich beter te gedragen of beter uit te zien,
Zeb hebben hoogstens van dichtbij gedroomd hetgeen ze zagen -
Permanente vreemdelingen.
Maar ik zal niet om hen lachen. Heb ik iets anders van mijn ideaal gemaakt?
En dat plan dat ik een hotel ooit heb gemaakt, het plan voor mijn levensverhaal?
Dat is een van de zwarte punten in de biografie die ik niet heb gehad.
Fernando Pessoa via zijn heteroniem Álvaro da Campos
Vertaling August Willemsen
Os emigrados
Sós nas grandes cidades desamigas,
Sem falar a língua que se fala nem a que se pensa
Mutilados da relação com os outros
Que depois contado na pátria os triunfos da sua estada.
Coitados dos que conquistam Londres e Paris!
Voltam ao lar sem melhores maneiras nem melhores caras
Apenas sonharam de perto o que viram —
Permanentemente estrangeiros.
Mas não rio deles. Tenho eu feito outra coisa com o ideal?
E o propósito que uma vez formei num hotel planeando a legenda?
É um dos pontos negros da biografia que não tive.
s.d.
Álvaro de Campos - Livro de Versos . Fernando Pessoa. (Edição crítica. Introdução, transcrição, organização e notas de Teresa Rita Lopes.) Lisboa: Estampa, 1993.
- 35.
Eenzaam in grote onvriendelijke steden,
Zonder de taal te spreken die men spreekt of die men denkt,
Verminkt in hun verhouding tor de anderen,
Zij die later in hun land prat zullen gaan op hun triomfen in den vreemde.
Arme drommels zij die Londen en Parijs veroveren!
Ze keren terug naar huis zonder zich beter te gedragen of beter uit te zien,
Zeb hebben hoogstens van dichtbij gedroomd hetgeen ze zagen -
Permanente vreemdelingen.
Maar ik zal niet om hen lachen. Heb ik iets anders van mijn ideaal gemaakt?
En dat plan dat ik een hotel ooit heb gemaakt, het plan voor mijn levensverhaal?
Dat is een van de zwarte punten in de biografie die ik niet heb gehad.
Fernando Pessoa via zijn heteroniem Álvaro da Campos
Vertaling August Willemsen
Os emigrados
Sós nas grandes cidades desamigas,
Sem falar a língua que se fala nem a que se pensa
Mutilados da relação com os outros
Que depois contado na pátria os triunfos da sua estada.
Coitados dos que conquistam Londres e Paris!
Voltam ao lar sem melhores maneiras nem melhores caras
Apenas sonharam de perto o que viram —
Permanentemente estrangeiros.
Mas não rio deles. Tenho eu feito outra coisa com o ideal?
E o propósito que uma vez formei num hotel planeando a legenda?
É um dos pontos negros da biografia que não tive.
s.d.
Álvaro de Campos - Livro de Versos . Fernando Pessoa. (Edição crítica. Introdução, transcrição, organização e notas de Teresa Rita Lopes.) Lisboa: Estampa, 1993.
- 35.
sábado, 8 de janeiro de 2011
Luís Vaz de Camões - Mijn zielsgeliefde, die zijt heengegaan
Mijn zielsgeliefde, die zijt heengegaan
vroegtijdig uit dit onverzoenlijk leven,
hemelsche, zoete rust zij U gegeven,
laat mij op aarde treurig voortbestaan.
Als in de ijlten waar gij zijt, misschien
men heugnis gunt aan wat op aard bezeten,
wil dan de vurige liefde niet vergeten,
die ge in mijn oog zoo zuiver hebt gezien.
En meent ge dat U eenig nut kan geven
de groote smart, die in mijn wezen schreit,
't onheelbaar leed uit Uw verlies gebleven,
Bid dan aan God, Meester van onze tijd,
dat Hij mij even spoedig 't weerzien geve,
als uit mijn oog Hij U heeft weggeleid.
(Vertaling Marcus de Jong, uit Beknopte geschiedenis der Portugese Letterkunde, L.J. Veen, 1958)
Luís Vaz de Camões (c. 1524- Lissabon, 10 juni 1580) wordt beschouwd als Portugals grootste dichter, en was de auteur van het werk De Lusiaden (Os Lusíadas in het Portugees), geschreven in 1572. De belangrijkste literatuurprijs binnen het Portugese taalgebied, de Camõesprijs, is naar hem genoemd.
Alma minha gentil, que te partiste
Tão cedo desta vida, descontente,
Repousa lá no Céu eternamente
E viva eu cá na terra sempre triste.
Se lá no assento etéreo, onde subiste,
Memória desta vida se consente,
Não te esqueças daquele amor ardente
Que já nos olhos meus tão puro viste.
E se vires que pode merecer-te
Alguma cousa a dor que me ficou
Da mágoa, sem remédio, de perder-te,
Roga a Deus, que teus anos encurtou,
Que tão cedo de cá me leve a ver-te,
Quão cedo de meus olhos te levou.
vroegtijdig uit dit onverzoenlijk leven,
hemelsche, zoete rust zij U gegeven,
laat mij op aarde treurig voortbestaan.
Als in de ijlten waar gij zijt, misschien
men heugnis gunt aan wat op aard bezeten,
wil dan de vurige liefde niet vergeten,
die ge in mijn oog zoo zuiver hebt gezien.
En meent ge dat U eenig nut kan geven
de groote smart, die in mijn wezen schreit,
't onheelbaar leed uit Uw verlies gebleven,
Bid dan aan God, Meester van onze tijd,
dat Hij mij even spoedig 't weerzien geve,
als uit mijn oog Hij U heeft weggeleid.
(Vertaling Marcus de Jong, uit Beknopte geschiedenis der Portugese Letterkunde, L.J. Veen, 1958)
Luís Vaz de Camões (c. 1524- Lissabon, 10 juni 1580) wordt beschouwd als Portugals grootste dichter, en was de auteur van het werk De Lusiaden (Os Lusíadas in het Portugees), geschreven in 1572. De belangrijkste literatuurprijs binnen het Portugese taalgebied, de Camõesprijs, is naar hem genoemd.
Alma minha gentil, que te partiste
Tão cedo desta vida, descontente,
Repousa lá no Céu eternamente
E viva eu cá na terra sempre triste.
Se lá no assento etéreo, onde subiste,
Memória desta vida se consente,
Não te esqueças daquele amor ardente
Que já nos olhos meus tão puro viste.
E se vires que pode merecer-te
Alguma cousa a dor que me ficou
Da mágoa, sem remédio, de perder-te,
Roga a Deus, que teus anos encurtou,
Que tão cedo de cá me leve a ver-te,
Quão cedo de meus olhos te levou.
quinta-feira, 6 de janeiro de 2011
Fernando Pessoa - Liefde is wezenlijk
Liefde is wezenlijk tekening van Luis Lage
Liefde is wezenlijk.
Seks, slechts contingent.
Kan zijn gelijk
Of verschillend.
Een mens is geen beest:
Is vlees, maar intelligent,
Hoewel soms net ziek geweest.
Fernando Pessoa (05-04-1935)
'Selected Poems' vertaald uit het Portugees door J.Griffin, vertaald uit het Engels door Willem Minderhout.
Love is Essential
Love is essential.
Sex, mere accident.
Can be equal
Or different.
A man's not an animal:
Is a flesh intelligent,
Although sometomes ill.
O amor é essencial
O amor é essencial
O sexo é só um acidente.
Pode ser igual
Ou diferente.
O homem não é um animal:
É uma carne inteligente,
Embora às vezes doente.
Liefde is wezenlijk.
Seks, slechts contingent.
Kan zijn gelijk
Of verschillend.
Een mens is geen beest:
Is vlees, maar intelligent,
Hoewel soms net ziek geweest.
Fernando Pessoa (05-04-1935)
'Selected Poems' vertaald uit het Portugees door J.Griffin, vertaald uit het Engels door Willem Minderhout.
Love is Essential
Love is essential.
Sex, mere accident.
Can be equal
Or different.
A man's not an animal:
Is a flesh intelligent,
Although sometomes ill.
O amor é essencial
O amor é essencial
O sexo é só um acidente.
Pode ser igual
Ou diferente.
O homem não é um animal:
É uma carne inteligente,
Embora às vezes doente.
Subscrever:
Mensagens (Atom)

